Ik ben altijd al fan geweest van de mythologie. Het is algemeen bekend dat met name de Griekse mythologie alom bekend is, maar onderschat de Egyptische en Noordse mythologie niet! Ook deze zijn enorm rijk aan verhalen, wezens en interessante levenslessen. Toen Gottmer aankondigde dat Bette Westera in samenwerking met Annemarie van Haeringen een verhalenbundel ging maken over Thor en zijn familie, was ik vanaf het eerste moment razend benieuwd. Nu blijkt dat dit niet ten onrechte was.
Laat ik vooropstellen dat dit zeker niet mijn eerste deep dive in de Noordse mythologie is. Niet voor niets publiceerde ik eerder een Flitsdossier over de Mythenatlas van Thiago de Moraes en vertelde ik op de socials over mijn game-ervaringen met God of War. De mythologie is een nagenoeg onuitputtelijke bron van verhalen, moralen, idealen, monsters en wezens. En dat komt maar weer eens allemaal samen in deze bundel.
Het verhaal begint bij de oppergod van het Hoge Noorden, Odin. Zijn helpers Hugin en Munin berichten hem over een God die de hoofden in Midgaard op hol lijkt te brengen. Een God van de Zwartjurken, zo wordt gezegd. Er moet een plan bedacht worden om zijn eigen positie en dat van zijn familie te versterken. Uiteindelijk wordt er een Skald, een Noordse hofdichter, overgehaald om de verhalen van de goden op te schrijven. Dit is het begin van een bundel verhalen die vloeiend in elkaar over loopt.
En dat zijn nogal wat verhalen, want de Noordse mythologie staat er bol van. In het eerste hoofdstuk wordt geschreven hoe de wereld volgens de Noordse mythologie is geschapen. Het is meteen misschien wel het moeilijkste hoofdstuk waarin vele figuren, termen en plaatsen op je af worden gevuurd. Het maakt ook meteen duidelijk dat het een bundel betreft die de werkelijke bronnen niet schuwt. Een afgehakte hand of een hamer die een schedel kraakt, kunnen elkaar in vlot tempo opvolgen.