Vorig jaar las ik Het dagboek van de grote boze wolf, een boek dat mij niet direct wist te grijpen, maar gaandeweg steeds interessanter werd. Dat was opvallend, want het komt zelden voor dat een verhaal mij pas na verloop van tijd echt weet te overtuigen. Toen Van Holkema & Warendorf aankondigde dat er een tweede deel in deze reeks zou verschijnen, was ik dan ook nieuwsgierig: zou dezelfde humor en invalshoek ook werken bij een ander sprookjespersonage, namelijk de Gelaarsde Kat?
In dit tweede deel volgen we de Gelaarsde Kat en zijn baasje, een molenaarsjongen. Nadat zij uit hun molenhuis worden verdreven, trekken ze naar de nabijgelegen stad op zoek naar een beter bestaan. Dat ‘avontuur’ blijkt al snel minder rooskleurig dan gehoopt. De molenaarsjongen gaat werken bij een bakker die hem slecht behandelt, nauwelijks loon betaalt en hem onderbrengt in omstandigheden die in niets lijken op hun oude, comfortabele thuis. Voor de Gelaarsde Kat is de maat snel vol. Hij besluit het heft in eigen handen te nemen en bedenkt een plan om zijn baasje te koppelen aan de prinses.
Of die prinses niet een tikkeltje buiten bereik is, lijkt de Gelaarsde Kat niet te deren. Vastberaden schaft hij van het laatste spaargeld een paar prachtige laarzen aan en trekt hij, letterlijk en figuurlijk, de stoute laarzen aan. Onder de naam Sok probeert hij de prinses te overtuigen van een ontmoeting. Daarbij neemt hij het niet altijd even nauw met de waarheid, waardoor hij steeds verder verstrikt raakt in een web van leugens dat hij zelf heeft gesponnen.