Als leraar kom je helaas meerdere keren in aanraking met huiselijk geweld. Soms is dat fysiek, soms mentaal, soms gaat het om verwaarlozing en soms om overbezorgdheid. Dat laatste wordt niet altijd onder huiselijk geweld geschaard, maar kan voor opgroeiende kinderen wel degelijk belemmerend zijn. Ook verwaarlozing is vaak lastig aan te tonen. Toch zijn er kinderen die tot laat op straat moeten rondzwerven met een tientje op zak, of kinderen die door het verdriet van hun ouders eigenlijk niet echt opgevoed worden. Dat komt vaker voor dan je denkt. Als kinderloze meester moet ik oppassen om daar te snel een oordeel over te hebben. Ik weet dat ouders zelf vaak veel te dragen hebben, en dat kinderen daar soms de dupe van zijn. Zo ook Bengt Gustav.
Bengt Gustav woont samen met zijn vader en zegt op school dat hij erg gelukkig is. Zijn vader maakt honderd hotdogs of gehaktballen en probeert die samen met Bengt op te eten. Hij vertelt verhalen over een huwelijk met de prinses van Spanje, terwijl de werkelijkheid is dat Bengts moeder hen heeft verlaten. Zijn vader is gebleven, en daarom is hij voor Bengt de grootste held die hij kent. Tegelijkertijd ziet Bengt ook wat zijn vader met zijn leven doet. ’s Avonds komen de vrienden van zijn vader langs om hun “smokkelwaar” te drinken. Dat zorgt regelmatig voor chaos: er wordt geschreeuwd uit het raam, gezongen en gedanst op tafel. Bijna iedere avond moet de politie eraan te pas komen.
Zijn vader wijt dit gedrag aan van alles en nog wat: het missen van een duim, het vertrek van zijn vrouw. Wanneer Bengt een kamer ontdekt waarmee hij terug kan reizen in de tijd, besluit hij zijn vader te willen redden. De vraag is natuurlijk of de problemen van zijn vader echt in het verleden zijn ontstaan, of dat hij zelf ook verantwoordelijkheid draagt. Je leest het in het fascinerende 55 meter onder water.