Mensen kunnen genezen van hun kwalen is een prachtig iets. Vroeger wilde ik dan ook best een tijdje dokter worden, maar uiteindelijk was dat niet aan mij besteed. Om die rol toch een beetje in te vullen, speelde ik games als Two Point Hospital om gasten van hun meest bizarre kwalen af te helpen. Het kan dan ook bijna geen toeval zijn dat ik nu het boek Julius Jubels en de gekkekwalendokter van uitgeverij Clavis op mijn bureau kreeg. Want dat er gekke kwalen in dit boek voorkomen, dat is een ding dat zeker is!
In dit boek leven Julius Jubels en zijn vader op het eiland Gibba. De vader van Julius heeft een bijzondere ziekte, waardoor hij onder de gekleurde bulten zit. Hij schaamt zich daar zo erg voor, dat hij het huis niet meer uit gaat. Zelfs niet voor de toneeluitvoeringen van Julius. Nu wil het toeval dat een familielid een geweldige dokter is en een praktijk start op het eiland. Julius mag daar ook nog eens gaan helpen!
Julius kijkt vervolgens zijn ogen uit in de praktijk. De meest vreemde kwalen passeren de revue. Iemand met gekleurd haar, iemand die alleen nog maar kan rijmen en iemand die door de ruimte blijft springen. Dokter Dwaalman lijkt wel overal een oplossing voor te hebben, maar zou hij ook een oplossing hebben voor de kwaal van Julius' vader?
In de praktijk is het helpen van mensen nog niet zo gemakkelijk, want Julius kan het niet zo goed vinden met de doktersassistente Gertruda. Ze maakt veel foutjes en wijst vervolgens Julius als de schuldige aan. Waarom doet ze zo onaardig? Ondertussen heeft de dochter van Gertruda een kwaal opgelopen die moet worden verholpen, maar de oorsprong van die kwaal blijft een lastig te bespreken punt...
Julius Jubels en de gekkenkwalendokter draait om Julius die koste wat kost een oplossing wil vinden voor de kwaal van zijn vader. Hij durft Dokter Dwaalman niet direct naar een oplossing te vragen, bang voor het antwoord en de reactie van zijn vader, die de hoop op een medicijn al heeft opgegeven. Wanneer hij uiteindelijk mogelijk een uitweg ziet, blijkt dit geen gemakkelijke opgave te zijn.
Het boek vormt een lekker lang verhaal voor lezers in groep 4 en 5. Een prachtige instap om die kinderen aan wat langere verhalen te krijgen. Het verhaal bevat humor en is vooral avontuurlijk zonder ergens echt spannend of eng te worden. De gedragingen van Gertruda halen het bloed onder je nagels vandaan en je wilt continu Julius aanmoedigen de stap naar Dokter Dwaalman te zetten, maar zeker kinderen zullen de onzekerheid van Julius herkennen. Al met al is dit boek een welkome aanvulling voor boeken voor de leeftijd 8-10.